De balans tussen “gewoon gezellig” en “diepgang / leerzaam”
Wekelijks ontvangt hij honderden e-mails en tientallen brieven van kinderen, maar ook van ouders. Hij is de man die filtert, hij bepaalt of jij wordt geplaatst in één van de best gelezen rubrieken van één van de best gelezen bladen van Nederland. Al sinds 1999 gaat hij dus over cool en uncool. Hij reageert scherp en kort, met een vleugje humor en educatie en hij ondertekent met Donald Duck. Voor Tjeerd Posthuma reden genoeg voor een interview met Jim van der Weele, die zijn jeugdsentiment redigeerde, over hoe hij dat doet.
Waar gaan de meeste brieven over en hoe selecteer je?
Eigenlijk over van alles en nog wat. Een grappige situatie op school bijvoorbeeld en huisdieren zijn ook een populair onderwerp, met name de weggelopen hamster! Verder is een veel terugkerend thema: “Ik heb al heel vaak gemaild, maar ik kom nooit in uw blad!” Soms prikkelt dat mij omdat ik het heel eerlijk vind, er wordt niet geslijmd en het is een tikkeltje brutaal, als het origineel is plaats ik het dan.
Naast de algemene brieven zijn er veel vragen die echt iets met het blad zelf of met Disney te maken hebben. Bijvoorbeeld: “Waarom draagt Donald nooit een broek, maar wel als hij gaat zwemmen?” En er borrelen vragen op naar aanleiding van de avonturen in het blad. “U was met oom Dagobert op schattenjacht in Afrika. Maar u praatte gewoon Nederlands! En de mensen daar ook! Hoe kan dat?”
Ik maak de Brievenbus al sinds februari 1999, dus ik heb heel veel brieven en mailtjes voorbij zien komen. Veel post lijkt inhoudelijk nogal op elkaar, dus ik probeer er zo veel mogelijk originele vragen of inzichten uit te pikken. Het liefst zou ik nooit in herhaling vallen, maar bepaalde zaken blijven simpelweg terugkomen. Dit komt natuurlijk doordat je steeds een nieuwe lichting briefschrijvers krijgt, voor hen zijn veel dingen nieuw; terwijl ik de vraag al tig keer voorbij heb zien komen.
Per Brievenbus probeer ik altijd een balans te vinden tussen “gewoon gezellig” en “diepgang/leerzaam”. Een kind dat zijn hond Pluto heeft genoemd zet ik dan naast een mailtje van iemand die het is opgevallen dat de voor- en achternaam van Disney-figuren vaak met dezelfde letter beginnen. Dan beaam ik dat en complimenteer ik hun scherpe blik en schrijf ik tussen neus en lippen door dat zoiets alliteratie heet.
Omdat het een “vrolijk weekblad” is probeer ik zware zaken wel een beetje te vermijden. Ziekte, dood, oorlog, politiek, seks, drank, geloof, pesten, discriminatie en dat soort zaken zullen niet voorbijkomen. Sommige onderwerpen mogen ook niet van Disney behandeld worden. Maar als een kind schrijft dat hij trots is dat zijn vader gestopt is met roken, zou ik dat wel weer aandacht kunnen geven.
Hoe verzin je een antwoord?
Ik heb daar geen speciale methode voor. Wel maak ik redelijk veel gebruik voor woordspelingen en uitdrukkingen. En sommige brieven lenen zich heel goed om te koppelen aan een Disney-personage. Als een kind schrijft dat het eerst al zijn zakgeld opmaakte, maar nu de helft in een spaarpot doet, krijgt het een antwoord als: “Oom Dagobert is apetrots op je!”
Uiteraard heb ik ook uitgebreid naar de Brievenbussen van mijn voorgangers gekeken en gepraat met collega’s die er ervaring mee hebben.
Soms is het trouwens best lastig, omdat stripfiguren natuurlijk niet echt bestaan en nooit ouder worden. Iemand kan vragen: “Hoe oud is Gijs Gans?”. Ik kan verwijzen naar de datum toen hij voor het eerst in een tekenfilmpje meespeelde, maar ik kan ook om de vraag heen fietsen: “Als je alleen de jaren telt dat Gijs wakker is geweest, is hij eigenlijk nog piepjong!”
Waarin onderscheid jij je van je voorganger?
Aangezien ik de rubriek al zo lang maak, vind ik dat moeilijk om te zeggen. Maar je probeert er natuurlijk altijd je eigen stempel op te drukken. Ik nieuwe subrubriekjes bedacht, zoals de Speurdeur. Een andere vondst is de Rolmop. Een mop is op zich natuurlijk niet zo origineel, maar ik had bedacht dat je ook met vormgeving iets kunt doen. De Rolmop wordt als het ware opgerold in 2 a 3 rondjes, zodat de lezer zijn Donald Duck twee keer moet ronddraaien om de hele grap te lezen.
Hoe reageren mensen als je zegt dat je Oom Donald bent?
Buiten het werk om heb je eigenlijk twee soorten mensen. Mensen die het heel leuk en bijzonder vinden dat je bij de Donald Duck werkt, vooral de mensen die het blad graag lezen of vroeger lazen.
Maar je hebt ook mensen die strips kinderachtig vinden en zijn van mening dat het eigenlijk belachelijk is dat je je bezighoudt met een eend in een matrozenpak.
De groep die het blad minder serieus neemt, heeft doorgaans geen benul hoeveel lagen het blad heeft. Als Donald een boek leest, kan dat bijvoorbeeld De Ontdekking van de Zemel van Harry Muesli zijn. Een kind die het boek niet kent, stoort zich er niet aan, maar de volwassene kan vaak lachen om de verbastering en de knipoog naar de realiteit. Een andere boektitel kan zijn: De eend van mijn vader van Geert Kwak. De ironie is dan dat de mensen die een beetje op ons werk neerkijken dan geen benul hebben wie Geert Mak is. Terwijl ze zelf natuurlijk heel slim en ontwikkeld zijn…
+f(png)/image.png)
+f(png)/image.png)
16 april 2011
16 april 2011
16 april 2011
16 april 2011
16 april 2011
16 april 2011
19 april 2011
20 april 2011
21 april 2011
27 april 2011