Een ballon vastgebonden met een touw aan je been. Het onderdeel waar ik op kinderfeestjes het meest tegenop zag. De paniek die ontstond als er vijf iets te wilde jongens op mijn ballon doken, die vervolgens met woeste kreten het ding probeerden kapot te trappen. Ik ben ontelbaar vaak huilend uit de menigte getild. ‘Nou meisje toch, het is maar een spelletje, de anderen vinden het toch ook leuk?’
Als ik buurtcentrum Klieder en co binnenloop, zijn er zoals op elk feestje, twee mensen te vroeg. Ze staan elkaar wat ongemakkelijk aan te kijken. De één plukt aan zijn strakke latex broek, de ander trekt haar rugzak op d’r schoot. ‘Vol met ballonnen, er gaat er niet één mee terug naar huis.’ Grijnst ze blozend.
Dat er mensen opgewonden raken van zweepjes en hoge hakken, is inmiddels bekend. Maar er komen steeds meer vreemde voorkeuren naar bovendrijven. Zo zijn er mensen die het alleen al warm krijgen bij het horen van een rolstoel, of het voorbij huppelen van een clown. Knijpen in insecten, levensgevaarlijke situaties, je partner verkleden als een meubelstuk, noem maar op. Of het een nieuwe ontwikkeling is, dat de seksuele voorkeur van mensen steeds meer uitgaat naar onwaarschijnlijke dingen, is te betwijfelen. Wel komt men er steeds meer vooruit. Praatgroepen, informatiemiddagen en natuurlijk; de ‘fetisjfeestjes.’
Langzaam stroomt de ruimte halfvol. Het ongemak blijft totdat een oudere vrouw in en roze glitterjurk opstaat en het woord neemt. We moeten ons vooral welkom en veilig voelen. ‘En onthoud, niets is vreemd.’ Ik staar naar de penisvormige ballon boven me en kuch zacht. Ze opent het feest door een grote ballon op te blazen, mijn buurvrouw houdt haar adem in en ik druk mijn vingers in mijn oren. Er klinkt een gedempte knal en als ik mij niet vergis hoor ik een paar mensen zacht kreunen.
‘Ik denk dat dit de meest onschuldige vorm van een fetisj is. Je doet er niemand pijn mee en je brengt jezelf niet in gevaar.’ De jongen naast haar knikt. ‘En ze zien er zo vrolijk uit.’ ‘Ik associeer ballonnen met borsten, omdat ze zo mooi rond zijn.’ ‘Het moment voordat hij knapt, voel ik me het meest aangetrokken tot de ballon.’ Meerdere mensen zijn zich gaan bemoeien met het gesprek. De langste van het stel biecht op dat zijn vorige relatie is stuk gelopen door zijn fetisj. ‘Ik kon alleen nog maar opgewonden raken als ze in een kamer vol ballonnen lag, dat ging haar te ver.’
Praktisch alle aanwezigen op het feest waren (net als ik) vroeger bang voor ballonnen. Angst en genot liggen immers dicht bij elkaar. Als ik op mijn beurt opbiecht dat ik er nog steeds bang voor ben, kijken zeven paar ogen me ongelovig aan. Om me te overtuigen, blazen ze heel voorzichtig een ballon op, zonder hem te laten knappen. Iemand begint de liefde te bedrijven met een skippybal, even geef ik mezelf de kans om enigszins opgewonden te raken. Maar ik geef de hoop op, de kans op een harde knal blijft voor mij een anticlimax.
Ik haal opgelucht adem als ik ’s avonds naast mijn geliefde in bed kruip. Hij heeft zich niet uitgedost als vrouw, ridder of bankstel. Op het nachtkastje geen potjes met insecten, een rode neus of stanleymesjes.
Vanavond heb ik aan alleen een blote rug genoeg.
+f(png)/image.png)
+f(png)/image.png)
23 februari 2011
23 februari 2011
23 februari 2011
23 februari 2011
24 februari 2011
12 maart 2011
5 december 2011