Mick Jagger in Cannes
21 mei 2010 | door j.schot | in de categorie: Artikel van de dagOprechte verbazing in het gezicht van Mick Jagger (66), zichtbaar door de grote donkere zonnebril heen. De vraag: of hij niet eens een eigen film over zijn band wil maken. ‘Ik ben betrokken in de mate waarin ik betrokken wil zijn. Ik zat in de montagekamer. Verder wil ik ook niet gaan.’
Door Bor Beekman
De zanger van de Rolling Stones zit met een ploegje journalisten op een dakterras met uitzicht over de Rivièra; het zonlicht fonkelt in de diamant in zijn voortand. Een avond eerder heeft Jagger de première van Stones In Exile opgeluisterd, een 60 minuten lange documentaire (zondag te zien bij de BBC) die is opgenomen in een bijprogramma van het Cannes Filmfestival. ‘In de film zijn we nog jeune, beau et stupide’ zei hij voor aanvang met een grijnslach in de microfoon, in een melange van cockney en Frans, ‘en nu zijn we alleen nog stupide.’
Iets verderop op het dakterras zit de regisseur Stephen Kijak (1969), die door de platenmaatschappij werd ingehuurd om bij het deze maand heruitgebrachte studioalbum Exile On Main Str. uit 1972 een film te maken, goeddeels opgetrokken uit oud beeldmateriaal. ‘Een opdrachtfilm’, noemt Kijak het. ‘Met een bijzondere opdrachtgever. Als Mick iets zei over hoe hij het wilde, begreep ik niet altijd direct wat hij bedoelde, maar uiteindelijk bleek hij altijd gelijk te hebben.’
Het was niet zijn eigen idee, zegt Jagger. ‘De platenmaatschappij kwam met een lijst plannen aanzetten, en dit was het beste: Exile weer uitbrengen. Maar ik vond dat er dan wel wat bij moest, dus ze vroegen: heb je nog liedjes over uit die tijd? Ik dacht van niet, maar in de bibliotheek trof ik vrij veel aan. Soms bijna helemaal af, soms nog lang niet.’
En ligt nog veel meer in de kast, ook uit andere periodes. ‘Soms ook om zeer goede redenen niet uitgebracht. Maar we hielden altijd wel materiaal over, dat met wat meer aandacht ook heel goed had kunnen worden.’
Aan de heruitgave van het album zijn verschillende nummers toegevoegd; Jagger schreef nieuwe liedteksten op restantmelodieën uit de jaren zestig en zeventig. ‘Gewoon wat nu in me opkwam, ik hoefde me niet in te beelden dat ik weer in die tijd zat.’
Het originele album werd destijds, voor een deel, opgenomen in de kelder van de villa van Keith Richards, die met de bandleden was uitgeweken naar Frankrijk, op de vlucht voor de belastingen. De periode is in rockbiografieën vaak aangehaald als voorbeeld van excessief drugsgebruik en decadentie. Junkies, dealers, sessiemuzikanten, echtgenotes, kinderen; alles hing rond in het huis van Richards, van wie in de film wordt gezegd dat hij ontbeet, lunchte en dineerde met heroïne.
‘Ik heb zelf nergens spijt van’, zegt Jagger. ‘Het was een prachtige tijd. Het was decadent, het was zéér decadent, in een verder donkere tijd, met Vietnam en zo, waar je overigens in Frankrijk weinig van meekreeg. We huurden prachtige huizen, ook al hadden we toen nog geen geld. Op het laatst werd het allemaal een beetje te gek, met te veel rondhangende lui.’
Op de vraag naar Gevraagd naar eerdere Stones-films die hij kan waarderen, moet Jagger eerst diep nadenken. ‘Shine A Light, in elk geval. Cocksucker Blues? Ja, dat is een ook een documentaire, op een soort onafgemaakte manier.’ Een officiële release van Cocksucker Blues, deze door Robert Frank opgenomen film uit 1972, met hedonistisch backstage-materiaal van de bandleden, tijdens hun Exile On Main Str. tournee, is door de Stones altijd tegengehouden. In Stones In Exile zijn wel minder confronterende fragmenten te zien uit de film, waarop de band te rechten bezit. ‘Cocksucker Blues was bedoeld als conceptfilm met backstage beelden, maar Robert wilde ’m niet op die manier af maken. Dat is mijn visie.’
Jagger heeft ooit gezegd het gruizige Exile On Main Str. maar matig te waarderen. ‘Toen ik dat zei, deed ik gewoon moeilijk. Omdat iedereen altijd zei: dit is jullie beste album, terwijl ik niet begrijp dat je één favoriet noemt. Ik heb ook niet één favoriet Dylan-album. Ik heb er zes of zeven.’

De Deense oorlogsdocumentaire Armadillo van Janus Metz heeft de Grand Prix van de Semaine de La Critique in Cannes gewonnen. Armadillo is een documentaire die de vervreemding, paranoia en adrenalineverslaving van jonge Deense soldaten in de vuurlinie van Helmand, Afghanistan, onder het vergrootglas legt.