Van het ‘Genneps’ tot het ‘Mestreechs’
Wie dacht dat het Limburgs op zich al een dialect was, heeft het mis. ‘Limburgse dialecten zijn er zo veel als er Limburgse dorpen zijn’ vertelt hoogleraar Toegepaste Taalwetenschap en variatielinguïstiek Roeland van Hout van de Radboud Universiteit Nijmegen in onze uitzending. Hij is projectleider van het Woordenboek van de Limburgse dialecten waarvan volgende week het 39e en laatste deel verschijnt. ‘Het Genneps, het Geleens, het Kerkraads en het Maastrichts; allemaal klinken ze niet alleen anders, ze hebben ook een verschillende woordenschat’ vertelt Van Hout. ‘Neem bijvoorbeeld de merel, daarvoor bestaan wel tien verschillende woorden.’ Aan het 39-delige woordenboek is ongeveer 50 jaar gewerkt. Inwoners kregen formulieren waarop ze hun woorden voor bijvoorbeeld landbouwwerktuigen of huisraad moesten invullen, die vervolgens geanalyseerd en geïnterpreteerd werden. Maar waar is dat eigenlijk goed voor, zo’n dialectenwoordenboek? Van Hout: ’Iedereen stelt die vraag, maar niemand vraagt zich af waarom we de biodiversiteit beschrijven. Dialecten zijn cultureel erfgoed waar we allemaal verantwoordelijk voor zijn.’ Zie ook: www.limburgsedialecten.nl