‘Op vakantie de grote jongen uithangen’
![]()
‘Marokko heeft duistere kanten, maar dat komt vooral door de ontwikkelingsachterstand en de armoede in het land. De problemen komen niet door de islam’, zegt Fadoua Bouali. De Marokkaanse schrijfster en verpleegster besloot in 2006 om een jaar terug te keren naar haar vaderland en daar haar grootouders op te zoeken. Op zoek naar de oude verhalen die haar opa en oma haar als kind vertelde. In een wekenlijkse column in de Volkskrant schreef zij over haar dagelijkse belevenissen. De gebundelde columns verschijnen acht mei in boekvorm: Terugkeer, een jaar in Marokko. ‘Ik had een appartement in Tanger en ik was ook veel in Al Hoceima, een andere stad in het rifgebergte waar veel Nederlandse Marokkanen oorspronkelijk vandaan komen.’ Hoewel Bouali zeer positief is over Marokko, stoort zij zich ook wel aan haar landgenoten. Bijvoorbeeld aan de Marokkaanse jongens uit Europa die vakantie vieren in Marokko. Het zijn de rijke kinderen van de eerste generatie migranten. Ze hebben mooie kleren en rijden vaak rond in een gehuurde auto. Ze hangen de grote jongens uit en imponeren jonge vrouwen met hun verhalen en beloven hen van alles. ‘Als zo’n meisje ongehuwd zwanger raakt en een kindje krijgt, wordt ze door de familie verstoten en beschouwd als een soort prostituee. Op de kraamafdeling in het ziekenhuis heb ik daar wel gevallen van gezien.’ Bouali gaat zich de komende tijd vooral richten op hardloopprojecten voor allochtone vrouwen in Amsterdam. Daar was ze ook voorhaar vertrek al bij betrokken, ‘Ik realiseer me me nu nog meer hoe belangrijk het is om de Marokkaanse moeders in Amsterdam - die de Nederlandse taal nauwelijks spreken - uit hun isolement te halen.’