Dwangarbeid in het Derde Rijk
500.000 Nederlandse burgers zijn in de Tweede Wereldoorlog ingezet in de Arbeitseinsatz, een grootschalig dwangarbeidproject van de nazi’s. De grootvader van antropologe Marloes van Westrienen was een van hen. Ze interviewde hem samen met acht andere dwangarbeiders en schreef er een boek over: Dwangarbeiders, Nederlandse jongens tewerkgesteld in het Derde Rijk. Het verschijnt 9 mei bij Uitgeverij Contact en ter gelegenheid daarvan is Van Westrienen te gast bij ons aan tafel. Haar belangstelling voor het lot van deze Arbeitseinsatzers werd gewekt door het verhaal van haar opa: ’Hij sprak nooit over zijn ervaringen als dwangarbeider, behalve een keer op een bruiloft van een nichtje. Dat was aanleiding om me in het onderwerp te verdiepen. In 2004 zijn we samen naar Duitsland gereisd om de munitiefabriek bij Lutherstadt terug te vinden waar hij samen met andere lotgenoten kruit fabriceerde. De leef- en werkomstandigheden van dit kamp waren redelijk, een uitzondering op de regel. Gewapend met oude plattegronden hebben we de plek kunnen reconstrueren van de machine waar hij aan werkte, heel bijzonder. Dat en de plek waar hij de eerste Amerikaan zag wilde hij heel graag terugzien.’ Hilarisch is het verhaal over dichter Lucebert, die in hetzelfde kamp ondergebracht was: Bertus, zoals hij eigenlijk heette, hield iedereen wakker door ’s nachts luid gedichten te declameren die hij op een wc-rol had geschreven. Zijn ’slapies’ deden geen oog dicht en gooiden schoenen naar zijn hoofd om hem stil te krijgen. ‘Ze ergerden zich niet alleen aan hem, vonden hem ook sneu en raar’, aldus Marloes.
‘Striptekenaar Wim Stil, die ook in het kamp verbleef, heeft er een mooie tekening over gemaakt die we teruggevonden hebben. Titel: Nachtelijke stonde in Stube 6. op de achterkant was met potlood geschreven: oorzaak Bertus.’ De Duitse fabrieksleiding had grote moeite om Lucebert aan het werk te krijgen. Zijn antwoord luidde steevast: ’Maar ik ben een artiest!’. Het boek leest in het begin als een spannend jongensboek, maar naarmate het vordert worden de omstandigheden steeds grimmiger. Vooral na de bevrijding, op terugreis naar Nederland en eenmaal aangekomen in het vaderland zijn velen heel vijandig behandeld.
Beste mensen,
Ook mijn vader werd in Duitsland te werk gesteld en ook ik schreef daarover een boek, getiteld “Olinka” met als ondertitel “een vriendschap die begon in de oorlog”. Het boek presenteerde ik begin dit jaar in de Bergsingelkerk te Rotterdam.
“Olinka” is een koosnaam voor Olga, een jonge Tsjechische Joodse vrouw, die in de oorlog naar het concentratiekamp Falkenberg bij het door de geallieerden al zwaar gebombardeerde Hamburg werd gedeporteerd om daar puin te ruimen. Veel te zwaar werk onder onmenselijke omstandigheden.
Een lichtpuntje voor haar was de vriendschap die ze sloot met mijn vader Bram, een Nederlandse dwangarbeider uit het aangrenzende werkkamp, die zijn jonge gezin in het gehavende Rotterdam achter had moeten laten. Hij hielp Olga te overleven, terwijl thuis in Rotterdam mijn moeder vocht voor haar kinderen en de Hongerwinter goed leek door te komen……
Via Bram werden pakketten van Olga’s oom en tante in Praag doorgesluisd, zodat ze wat extra voedsel en kleding kreeg. Maar het was ook en vooral de vriendschap en de menselijke warmte, die haar overeind hielden.
Olga en Bram beloven elkaar te steunen tot het einde van de oorlog.
Toch verliezen zij elkaar voor de bevrijding uit het oog. Olga wordt naar Bergen-Belsen gevoerd. De bevrijding door de Engelsen komt voor haar nog net op tijd.
Het enige bezit dat ze nog heeft, is een ringetje met haar initialen, dat die Nederlandse man in Hamburg voor haar gemaakt had. Zij heeft dat ringetje haar hele verdere leven gedragen.
Na de oorlog heeft mijn vader Bram samen met mijn moeder nog eenmaal een bezoek aan Olga en haar gezin in Praag gebracht.
Later, toen Bram en Olga al overleden waren, is er een warme vriendschap ontstaan tussen ondergetekende (Bram’s zoon Peter) en Olga’s dochter Hana, die ook in Praag woont.
Samen met Hana ontdekten ik in de jaren die volgden, stukje bij beetje, wat er zich in de oorlogsjaren in de driehoek Rotterdam – Praag - Hamburg en in Lager Falkenberg in het bijzonder heeft afgespeeld en gingen Hana en ik zelf deel uitmaken van het verhaal. Een ontroerend verhaal over een vriendschap tussen een dwangarbeider in een werkkamp en een Jodin in een KZ,een vriendschap die over grenzen en generaties heen gaat.
Graag vertel ik er meer over. Als Bureau Binnenland geïnteresseerd is, hoor ik dat graag.
Voor anderen kost het boek € 12,50 en is het te bestellen door mij een mailtje te sturen (peter.de.knegt@planet.nl)