| Vleeseters met buidels |
Hoe was het om een vleesetend buideldier te zijn? De overblijfselen van de uitgestorven buidelleeuwen en hun verwanten laten zien dat het geen onverdeeld genoegen kan zijn geweest. Driekwart van de kaken die gevonden zijn, vertoont sporen van pijnlijke ontstekingen. En de tanden zijn vaak sterk versleten, aldus paleontoloog Peter Murray. Hij bestudeert onder meer Wakaleo vanderleueri, een soort die al tien miljoen jaar is uitgestorven. De slijtage zorgde trouwens niet dat de tanden minder scherp werden. Integendeel: het snijvlak van de grote, schaarachtige tanden werd juist scherper door het gebruik. Maar op een gegeven moment was de koek wel op. Dan was het gebit zo sterk versleten, dat het dier er waarschijnlijk aan onderdoor ging. Hetzelfde gold voor Thylacoleo carnifex, de grootste van de buidelleeuwen. Hier een plaatje van zijn skelet en schedel. Let op de schaartanden aan de zijkant.
Tandslijtage was ook een probleem voor diprotodon, het grootste buideldier dat ooit geleefd heeft. Deze grazer was zo groot dat hij geen natuurlijke vijanden had, net als olifanten nu – als we de mens even buiten beschouwing laten. Uit gefossiliseerde sporen van deze dieren blijkt dat ze op dezelfde manier liepen als olifanten, vertelde Aaron Camens. De snelheid was bij het spoor dat hij onderzocht ongeveer 3,5 kilometer per uur. Maar dat was wel in zompige modder. Op een andere plek kuierden de beesten met een vaartje van 6,3 kilometer per uur vooruit, suggereren hun sporen.
Zo zag Diprotodon australis er vermoedelijk ongeveer uit, en hier ook nog een plaatje van zijn skelet zoals het in het museum in Melbourne staat.
Samen met veel andere grote Australische dieren stierf dit beest rond vijftigduizend jaar geleden uit, rond de tijd dat de mens op het toneel verscheen. Toeval? De bewijzen zijn nog steeds niet rond, maar Murray en veel andere onderzoekers twijfelen er niet aan dat vooral het stichten van branden het ecosysteem ingrijpend veranderde, met een uitstervingsgolf tot gevolg. Archeologe Jacqui Duncan betoogt echter dat er nog nooit botten van de zogenaamde megafauna zijn gevonden die door mensen zijn ingekerfd of verbrand, dus zij wijst liever naar klimaatverandering als oorzaak. Ze vond zelf wel een groot bot in een 45 duizend jaar oude vuurplaats, maar dat kan daar toevallig uit de grond omhoog gekomen zijn, zegt ze.
Om nog even op de buidelleeuwen terug te komen: Stephen Wroe heeft aan de universiteit van New South Wales een vergelijking gemaakt van schedelvormen en herseninhoud tussen vleesetende zoogdieren (zoals honden en katten) met hun tegenvoeters uit de buideldierenwereld (niet alleen buidelleeuwen, maar ook bijvoorbeeld de Tasmaanse tijger en duivel). Hij komt tot de conclusie dat de buideldieren altijd grotere kaakspieren en kleinere hersenen hebben dan placentale zoogdieren die ongeveer dezelfde rol in het ecosysteem hebben. Later hoor ik van Peter Murray dat dit niet hoeft te betekenen dat de buidelbeesten echt kleinere hersenen hebben. Wat Wroe er namelijk niet bij vertelde, is dat de kop bij buideldieren verhoudingsgewijs erg groot is. Toch staat de buidelleeuw wel bekend als een erg krachtige bijter, met een beet zo hard als een leeuw, terwijl hij veel minder woog. Hij heeft zich er niet mee kunnen redden.





Suzan v. Latum.
Buidelvleeseters.
| vrijdag, 13 april 2007 | 15:12 |Zo, net floepte m’n mailtje weg, dus nog maar es. Wat zou Kaleo, betekenen. Eigenaardig dat de evolutie wel de haaien gedenkt-steeds vernieuwing v. gebit. Zouden de allervroegste haaien die gave ook al gehad hebben? Zou het betekenen dat hun intelligentie groter was? Waardeloos einde zeg ! Alleen nog maar water, en kleine hapjes, en wel een enorme honger bij zo’n groot dier. Enge schaartanden-net scheermessen.
Suzan v. Latum.
In ieder geval oordeelt Jacqui Duncan niet te vroeg. Maar ik ben toch bang dat ze daarmee te idealistisch is. Als ik zie hoe de mens op het ogenblik omgaat met alles, verbaast het me niets. Ze zullen toen–meer honger dan wij–wel net zo zijn geweest.Diprotodon lijkt me een gemoedelijke sok,en waarschijnlijk kon hij niet hard genoeg lopen om een brand te ontkomen. Daar moet je niet te veel aan denken. Branden zijn afgrijselijk voor dieren. Ik zag het op een dierenfilm-een slang-en vergeet het nooit meer. En zou willen dat mensen het inzagen voor ze brand stichten.
| vrijdag, 13 april 2007 | 15:21 |Suzan v. Latum.
Oh jee, het was dus Tasmaanse tijger, inplaats van wolf.(Wat doe ik hier eigenlijk!!! ) Maar het lijkt mij ook dat Peter Murray gelijk heeft. De verhouding moet wel haast belangrijk zijn. Dat zie je ook bij andere dieren. En hij was een krachtige bijter? Al het verstand in zijn kop, maar ook de kracht. Hoefde hij niet zoveel mee te sjouwen, En zwakkere poten betekent misschien niet zo’n groot uithoudingsvermogen. Eigenlijk jammer dat je er nooit helemaal achter komt. Al die vreemde dieren daar, hoe komt dat toch. Veel meer soorten dan elders.
| vrijdag, 13 april 2007 | 15:32 |tijger skelet
hoi mevrauw/meneer
ik heb de skelet van een tijger ik heb een spreek beurt
| woensdag, 28 mei 2008 | 18:31 |gr.jennifer
tim schröder
ik vind dit de leukste dieren die er bestonden!!!
| maandag, 8 juni 2009 | 10:46 |