| Het bottenparadijs |
Erich Fitzgerald tekent een walvissenstamboom (2 minuten)Als kind wilde ik paleontoloog worden. Dat verlangen leefde vanochtend weer even heftig op, toen ik werd rondgeleid in de fossielenkelder van het Melbourne Museum. Conservator David Pickering liet me in sneltreinvaart allerlei fascinerende dingen zien. Piepkleine kaakjes van zoogdieren die 125 miljoen jaar geleden leefden. De platte, versteende snuit van een oerkrokodil, afkomstig uit rotsblokken die min of meer op goed geluk uit
een groeve zijn gezaagd voor ze vernietigd zouden worden. Skeletten van vissen, 350 miljoen jaar oud, maar al die tijd met schubben en al bewaard gebleven in knollen kalksteen. Een half skelet van een kleine dinosaurus die nog niet op naam is gebracht. De puntgave onderkaak van een diprotodon, een omstreeks veertigduizend jaar geleden uitgestorven reuzenbuideldier met twee enorme voortanden (foto’s daarvan krijg ik nog). Een schedel van een buidelleeuw, met brede tanden die als de helften van een schaar langs elkaar glijden. Over al deze dieren, en nog veel meer, zal ik volgende week waarschijnlijk uitgebreider berichten. Dit weekend ga ik met een groep paleontologen op stap in de omgeving en daarna volgt een conferentie. Word ik toch nog een halve paleontoloog.
Na een tijdje nam Erich Fitzgerald het roer over. Hem heb ik eerder gesproken voor een Noorderlicht-artikel over een bizar walvisje dat 25 miljoen jaar geleden leefde. Nu liet hij me de originele schedel van dit dier zien, en nog een paar andere walvisschedels. Die mocht ik niet fotograferen, want ze zijn nog niet officieel beschreven. Enthousiast liet hij me verschillen zien tussen deze nieuw ontdekte soorten. Ze zitten heel anders in elkaar dan moderne zeezoogdieren, zoals de grijze vinvis en de Ganges-dolfijn, waarvan hij ook schedels paraat had. Ik heb een kort filmpje gemaakt waarin Fitzgerald uitlegt hoe de walvisstamboom in elkaar steekt, maar dat kan ik hier in de bibliotheek niet online krijgen. Later vandaag misschien wel, vanaf een andere plek.
Van een jetlag trouwens nog altijd geen spoor, alleen een lichte slaperigheid in de middag. Maar daar hebben meer mensen hier in de bibliotheek last van, zie ik om me heen. Wat mij betreft is het melatonine-experiment geslaagd.

Suzan v. Latum.
Dieren van vroeger.
Wat zou ik je dat graag gunnen–jij als bijna hele paleontoloog ( je bent het immers in gedachten)–dat het kleine dinosaurusje Elmar”werd genoemd.Maar dat zal er wel niet inzitten. ja, lijkt me heerlijk daartussen rond te lopen en die eeuwigheid zo dichtbij te voelen.Diezelfde emotie voelde ik in Frankrijk bij die Menhirs, en dat is nog lang niet zo ver in het verleden.
| donderdag, 5 april 2007 | 15:00 |Heerlijk, zoveel te zien, en raak het ook aan als je dat mag.
Dag hoor, Suzan.
In Australië » Blog Archive » Pooldinosaurussen
[...] Er leefden allerlei dinosaurussen in de bossen die hier honderd miljoen jaar geleden stonden. Dat was onbekend tot 1903, toen William Patterson de klauw van een vleesetende dinosaurus vond. Pas vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn paleontologen echt actief op zoek gegaan naar meer. Met succes, want niet alleen werden meer dinofossielen gevonden, maar ook doken de afgelopen tien jaar kleine zoogdierkaakjes op – die ik eerder in het museum in Melbourne zag – en de resten van een bizarre, vleesetende reuzensalamander die een bijrolletje kreeg in de populaire BBC-serie ‘Walking with Dinosaurs’. (Zie een kort fragment hier of bekijk hier de betreffende aflevering.) [...]
| dinsdag, 10 april 2007 | 13:19 |